Home

Over onsNieuwsWerkLevenFoto'sLinksContactEnglish

 

Waar gehakt wordt vallen spaanders...

Oktober 2005
 
Nadat we klaar waren met het handwerk met de cutlasses (beter bekend als machetes) was het tracé een zes kilometer lange, zes meter brede strook, bezaaid met de soms nog rokende puinhopen van het gewiede kreupelhout en slechts onderbroken door een aantal behoorlijk grote bomen die nog steeds in de weg stonden. Nu beperkt mijn ervaring met het rooien hoge bomen zich tot een enkel avontuur bij een oudhuurder van mijn vader in Amsterdam toen ik een jaar of veertien was. Nodeloos hierover uit te weiden, maar het kwam er toen kortweg op neer dat de door mij veroorzaakte schade het verdiende bedrag in ruime mate overschreed.
  Een veelbelovend begin dus van de afwerking van mijn klus, het vrijmaken van de piste. Gewapend met kettingzaag en vergezeld door dezelfde groep als eerder toog ik wederom het veld in om de laatste bomen om te hakken.
 
  Zoals de introductie al deed vermoeden is dit niet geheel vlekkeloos gegaan. Ik zal er dus maar niet omheen draaien, en beide akkefietjes maar vertellen:
 
"We have to sleep in the dark!"
 
Bij het omzagen van een van de reuzen (na meting bleek deze 33 meter te zijn geweest) ging er een en ander mis. Ik had me, eerdergenoemde jeugdervaring indachtig, eens verdiept in hoe een boom geveld dient te worden en kwam erachter dat dit eigenlijk heel simpel was. Je maakt een valkerf (45° tot aan de helft of tweederde van de stam) aan de kant waarheen de boom moet vallen, en vervolgens breng je aan de andere kant de velsnede aan, waarna de boom keurig valt waar je hem hebben wil. Hoewel de boom in kwestie kaarsrecht was bleek de theorie weer eens niet opgewassen tegen de grillen van Moeder natuur, en viel de boom exact negentig graden de andere kant op, op de weg en op de electriciteitskabels die aan de overkant waren gespannen. Na een korte vonkenregen te hebben aanschouwd ben ik halsoverkop naar het dichtstbijzijnde kantoor van Ghana Electricity gegaan en heb daar, na wat discussie (ze wilden eerst geld zien alvorens tot reparatie over te gaan) geregeld dat de 20.000 mensen (nogmaals, sorry...) die zonder stroom zaten deze zo snel mogelijk weer zouden krijgen. Prima, mooi, maar toen we de dag erna aan kwamen rijden werden we in de 'getroffen' dorpen nogal onvriendelijk uitgejoeld door de bevolking (Obruni/mr. Dennis, give me money/I am going to kill you because we had to sleep in the dark!). Uiteindelijk liep het allemaal wel los, en binnen een dag of twee had iedereen weer stroom.
 
Zo, die ligt
  De sterke arm
 
En dan was er nog het tweede avontuur, waarin ik het opnam tegen de volledige inhoud van drie tro-tro's, onderwijl mijn zes heethoofden van werkers in toom proberend te houden. Ik neem aan dat deze omschrijving van de situatie enige vragen oproept, dus zal ik even uitleggen wat er is gebeurd:
 
Het was een dag als normaal, en we waren vrolijk bezig om bomen om te zagen. Inmiddels hadden we een aardige routine opgebouwd, en ging alles soepel. Twee man bij de boom, twee man die het verkeer regelen en de rest standby om dat ding zo snel mogelijk in mootjes te hakken, vooral als-ie op de weg komt, wat nog wel eens gebeurde omdat de meeste bomen een fors end over het asfalt hangen.
 
De boom waarmee we bezig waren was er weer zo een: scheefgegroeid en over de weg hangend vroeg je je af waarom hij niet allang was weggehaald. Een flinke vrachtwagen, vooral eentje die op zijn Afrikaans was opgeladen, past er met moeite onderdoor. Maar nee, kennelijk had men andere dingen aan het hoofd, waardoor onze vriend er nog stond. Geen probleem, we hadden grotere gekapt dus het zou zo gepiept zijn.
 
Op de een of andere manier vond ik mezelf deze keer terug met de rode vlag in mijn hand, uitgestoken hangend over de weg om aan te geven dat het verkeer moest stoppen. In de verte kwam er een tro-tro aanrijden, en ik zie dat deze versnelt in plaats van remt. Mijn mannen waren echter druk aan het werk en de boom stond op het punt om te vallen, dus ik steek de vlag (=rode vlag aan een 1" PVC-pijpje, voor de duidelijkheid) nog een stukje verder uit en...KNETS! De tro-tro rijdt er vol tegenop, begint te remmen, en komt een paar honderd meter verderop tot stilstand terwijl de boom met een luid geraas omvalt op de plaats waar een auto met goede remmen had gestaan in deze situatie. De chauffeur stapt uit, evenals zijn maat, en langzaam druppelen ook alle passagiers naar buiten. Even later stoppen er nog twee van die vehikels, en ook daaruit komt allerlei boos en verontwaardigd volk naar buiten zetten.
  Wat volgde was een discussie van jewelste tussen in principe mijzelf en de chauffeur, maar overstemd door het geschreeuw van 30 passagiers en mijn 6 mannen. Na een kwartier was het de chauffeur duidelijk dat ik geen cent zou gaan betalen (ik had zogenaamd zijn ruit gebroken...) en leek iedereen zijns weegs te gaan. Maar ja, je zal altijd zien dat er iemand is die het laatste woord wil hebben en dus vloog iedereen elkaar weer in de haren toen er iemand een kleine opmerking maakte. Dit op zich best lollige tafereel herhaalde zich een keer of twee, drie en toen konden we eindelijk verder met werken.
 
Maar, wat schertst mijn verbazing: twee uur later komt die tro-tro terug, triomfantelijk lachend met een agent naast zich. Kennelijk had meneer een aanklacht ingediend en kwam hij nu verhaal halen. Mij werd verzocht om een verklaring af te komen leggen op het politiebureau, en omdat het toch lunchpauze was ben ik op die 'uitnodiging' ingegaan, temeer daar ik die eikel in die tro-tro de mond wilde snoeren. Dit soort zaken win je in Ghana op argumenten en geld, en van beiden had ik meer, dus ik zag geen probleem. Samen met mijn voorman ging ik naar het politiebureau van Breman Asikuma, waar ik in een hokje naast twee slapende agenten een verklaring van twee kantjes heb geschreven waarin ik aangaf dat ik vond dat ALS er iemand moet worden aangehouden, dit de chauffeur is vanwege het negeren van een stopteken, roekeloos rijgedrag, overtreding maximumsnelheid en, de mooiste, 'intentionally endangering the lives of his passengers and my workers'. Tevreden las ik mijn stukje proza terug en bracht het naar de hoofdagent...die het aanpakte en direct opzij legde.
 
"What is in this?" blafte hij, en terwijl ik serieus overwoog hem aan te raden het te lezen zei hij op een geruststellende toon "No, no, nobody is spending the night here" tegen de agent die achter hem de hele tijd al vervaarlijk met een paar handboeien aan het zwaaien was. Ik heb mijn eerder geplande woorden toen maar veranderd in een korte samenvatting van het geschrevene, en toen hij dat hoorde werd me vriendelijk verzocht de maandag erna terug te komen om samen met de chauffeur gehoord te worden.
 
Om geen kwaad bloed te zetten heb ik dit geaccepteerd. Ik had wel betere dingen te doen, maar goed, we moeten daar die pijplijn nog leggen en dan kan je je beter niet al te recalcitrant opstellen. De maandag erna offer ik dus nogmaals mijn lunchpauze op, en ga naar het bureau. Geen hoofdagent...want hij was op reis! Of ik dan woensdag wilde terugkomen. Dat heb ik maar geweigerd; als ze me nodig hebben weten ze me te vinden.
 
Na een paar weken te hebben gewacht kan ik twee dingen concluderen: ten eerste zit de politie niet (meer?) achter me aan, en ten tweede gaat er in die buurt een gerucht rond dat er een blanke klootzak langs de kant van de weg aan het werk is, en rijdt het verkeer een stuk rustiger!