Zagen, zagen, wiedewiedewagen! |
|
Er zijn momenten geweest waarop de gedachte om alleen en ver van huis door de bush te lopen, met vlak achter me zes ontzettend gespierde negers met messen van een halve meter lang in hun hand me enigszins beangstigd zou hebben. |
|
Toch was het gisteren zo ver, en reed ik met Godson als voorman naast me in de auto, en achterin de bak nog vijf man, op weg naar onze nieuwe klus in de bush. In het uiterste noordwesten van ons gebied gaan we een beschadigde zesduims pijp vervangen over een lengte van dik vijf kilometer. Hiervoor moet het trace worden vrijgemaakt over een breedte van zes meter zodat de kranen er goed bij kunnen. De pijp die we gaan leggen (HDPE 160PN16 voor intimi) wordt namelijk aangeleverd in stukken van 18 meter, net een tikkie zwaar om te hanteren. |
|
Helaas regende het dat het goot, dus bij aankomst was iedereen doorweekt, en voelde ik me toch een beetje lullig. Maar goed, we zijn allemaal grote jongens, en na ze te hebben verteld wat de bedoeling was konden we beginnen. Wat ik erg grappig vond was dat ze, alvorens te beginnen, in een kringetje gingen staan en gingen bidden (tot de godheid van ieders keuze; afgaand op de namen zitten er denk ik zeker twee moslims bij) voor een goed project en of het alstublieft wat minder zou kunnen met die kloteregen. |
|
Ik vind dit soort situaties toch altijd een beetje lastig. Ik sta hier in de bush tussen die mannen die de hele dag keihard werken, en mijn taak is om te kijken of ze het goed doen. Als ik precies dat zou doen, zou ik me net een bewaker bij de Birmaspoorlijn of zo voelen. Ik spring er dus regelmatig zelf bij om mee te helpen, al was het maar om mijn geweten te sussen. Daarbij vond ik het als klein jochie altijd al prachtig om bomen om te hakken, maar omdat je in Nederland al een vergunning moet hebben als je je heg wil snoeien is dat er zelden van gekomen en zag ik hier mijn kans schoon. Vooralsnog houden we het bij de kleinere bomen, maar er staan ook een paar reuzen (>30 m) in de weg die we met de kettingzaag gaan rooien. |
|
Godson heeft een leuke manier om zijn mannen op te fokken danwel te motiveren. Ineens, vanuit het niets, roept hij “Fire, more fire”, waarop de anderen antwoorden “Conquer, conquer” om vervolgens als bezetenen en met hoorbare inspanning aan het hakken te slaan. De eerste keer dat ik het hoorde begreep ik het niet, en dacht ik dat ze weer iets in de fik wilden steken, maar al snel werd het me duidelijk. |
|
De gedachte dat ze iets wilden verbranden is niet onlogisch. Integendeel, het is een in Ghana algemeen geaccepteerde manier om met obstakels in de bush om te gaan. Vorige week hebben ze drie keer een autoband verbrand om kolonies rode mieren en ‘driver ants’ uit te roeien (alhoewel ik het met de autoband niet eens was, sta ik volledig achter de gedachte om zo veel mogelijk mieren te vermoorden…wat een bijtende krengen zijn dat zeg!), en op het eind van de middag hadden we weer iets voor. |
|
| Ik was net even weggereden om te kijken hoe ver we waren, en toen ik terugkwam stonden ze met zijn zessen druk pratend en wijzend langs de kant van de weg. Wat was er aan de hand? Wel, er was kennelijk een reusachtige slang (zo dik als je been volgens Shannou) langs komen glijden. Ze hebben vergeefs geprobeerd het beest te doden, en nu zat het, boos, ergens onder een bos takken. Omdat niemand het aandurfde te kijken is ook dit weer op zijn Ghanees opgelost: een flinke scheut benzine erop en woesj! de vlam erin. Toen de boel uitgebrand was, bleek er een groot hol onder te zitten, waar de slang vermoedelijk in zat. De gekozen oplossing ligt voor de hand: meer brand. |
|
Wat er uiteindelijk van het serpent geworden is, is me onduidelijk. Toen we weggingen lieten we een smeulende puinhoop achter, en niemand leek zich te interesseren in het lot van de slang. Als-ie maar weg is, leek het devies, en daar kon ik me prima in vinden. |
|
![]() |
|