Ga jij even de vrachtwagen halen? |
|
Een kleine 30 kilometer ten westen van Accra ligt Tema, de grootste haven van het land waar zo ongeveer alle goederen uit het buitenland aankomen. Op de een of andere manier is dit een dermate grote trekpleister voor internationaal goederenverkeer dat ook goederen die over land worden vervoerd aankomen, of ze nu in (de buurt van) Tema moeten zijn of niet. Zo ook onze spullen. Naast de lokaal betrokken materialen en de spullen uit Europa hebben we ook een flinke partij spullen die van een ander project in Agadez, Niger komen. De eerste lading hiervan is in een 40-voet container gestopt en op een vrachtwagen geladen, die een week of anderhalf onderweg is geweest en uiteindelijk in Tema is aangekomen. Omdat de werf nog niet af is (ze zijn nog met de omheining bezig) is het onmogelijk om een container daar neer te zetten, omdat deze dan leeg is voordat je je hebt omgedraaid. We hebben daarom met een transporteur in Tema afgesproken om de container op zijn terrein te zetten totdat we hem zelf ergens kwijt kunnen. Kat in’t bakkie zou je zeggen. Ga naar Tema, vind de chauffeur, breng hem met zijn vrachtwagen naar het terrein van May & Glisby’s (de transporteur), en los de container.
|
|
Tot zover de theorie. Het naar Tema rijden ging vlotjes, en ook de transporteur had ik rap gevonden. Hij vertelde me dat er voor elk land een terrein is waar de vrachtwagens staan geparkeerd na aankomst, en dus stapte hij in en reden we samen naar het terrein van Niger toe. Bart had me verteld dat het een witte Scania was met een blauwe sticker waarop “Wolf” of zoiets stond, met een vaalrode container erop. Ik had deze informatie graag ingewisseld voor het telefoonnummer van de chauffeur, want toen we bij het terrein aankwamen viel mijn mond open van verbazing. Gelukkig zaten we in de auto, want anders was mijn open mond direct gevuld geweest met een grote hap stof. Op een terrein van een hectare of twee stonden honderden trucks kriskras door elkaar geparkeerd, terwijl de chauffeurs en hun hulpjes er als mieren tussendoor krioelden of onder, op of in de roestige vrachtwagens lagen te slapen. Ik vond het erg geinig om temidden van deze bende teksten als Van Vliet Verhuizingen uit Elst en Aannemingsbedrijf Joustra uit Zwaagwesteinde te zien staan.
|
|
| Na enkele malen vergeefs het terrein te hebben rondgereden besloten we uit te stappen en te voet verder te gaan; op basis van de omschrijving van de vrachtwagen hadden we hem niet kunnen vinden, dus moest er iets anders worden verzonnen. Lopen dus maar. Eenmaal uit de auto werd hetgeen ik vreesde werkelijkheid: het rook hier precies zo vies als het eruitzag. Ik had die ochtend niet nagedacht en had sandalen aangedaan, iets waarvan ik nu flink spijt van had. Tussen de dorre plekken stoffige aarde in liepen er her en der stroompjes met een vloeistof waarvan ik, terwijl deze tussen mijn tenen doorsijpelde, slechts tegen beter weten in kon hopen dat het water was. Terug in het hotel maar eens goed douchen dus.
Afijn, na een tijdje te hebben rondgelopen op het terrein waren we nog geen steek verder: in geen velden of wegen een Scania te bekennen. Mercedes en M•A•N lijken in Afrika de populairste merken te zijn, dus in principe zou hij moeten opvallen. Ik probeerde nog wat rond te vragen, maar helaas wist niemand mij te helpen. Daarbij merkte ik dat mijn Franse Frans iets heel anders is dan Afrikaans Frans, wat de communicatie nogal bemoeilijkte. De moed begon me een beetje in de schoenen te zinken: hier stond ik dan, met slechts een vage beschrijving van de vrachtwagen en geen telefoonnummer of andere manier om de chauffeur te bereiken, tussen honderden vrachtwagens en nog veel meer zwarte mensen die allemaal op elkaar lijken. Kansloos dus.
|
|
Maar…ik was een ding vergeten: zij lijken misschien wel op elkaar, maar ik was de enige blanke daar. Ineens stond er een jochie van een jaar of dertien voor me met een vodje in zijn hand waarop ‘mr. Dennis’ gekrabbeld stond, en vroeg me of ik mee wilde komen omdat zijn baas, de chauffeur, op me wachtte. Ik volgde hem, en hij leidde ons naar…een tweede terrein! Vragend en een beetje boos keek ik de man van May & Glisby’s aan, en uit zijn blik kon ik afleiden dat hij niet op de hoogte was van het bestaan van dit tweede terrein. Ik was te opgelucht om boos te worden, dus heb ik het hier maar bij gelaten omdat ik voor donker terug in Accra wilde zijn. Hierna ging alles vrij soepel: de vrachtwagen volgde me naar het terrein van May & Glisby’s om daar te worden gelost. Helaas was hier door de vertraging geen tijd meer voor, dus moesten de mannen, onder protest weliswaar (snel gesust met 10.000 cedi’s elk), de nacht in de vrachtwagen achter de hekken doorbrengen. Al met al een aparte ervaring, maar toen twee dagen later iedereen zijn spullen uit de container kon halen toen deze in Accra werd afgeleverd concludeerde ik dat het de moeite waard is geweest. |