Hail to the chief! |
|
Na een (te) lange tijd in Delft ben je eindelijk toegetreden tot de intellectuele elite (ahum…) en toch kan het gebeuren dat je je op een goede morgen in West-Afrika bevindt, om een uur of zes, rijdend in een pickup over een hobbelweg met een levende ram in de laadbak van je auto. Wat is er precies gebeurd? Wel, het zit ongeveer zo:
Van oudsher is er in Afrikaanse landen zoals bekend sprake van een stammensysteem, kleine volkjes die elk hun eigen leider hebben, en ook al hebben wij Europeanen daar zoals goede kolonialen betaamt kak aan gehad en onze eigen grenzen gemaakt, het bestaat nog steeds. Dit zet zich door tot in de kleinste regionen en dorpen, en zo kan het gebeuren dat elk dorp zijn eigen chief heeft die het min of meer voor het zeggen heeft. Zo ook Agona Kwanyaku. |
|
|
Niets van dat alles dus. ’s Ochtends in alle vroegte vertrokken we uit het kantoor, en werd ons gezegd dat we in Kasoa moesten stoppen om twee flessen pepermuntschnapps en een ram te kopen. Nog vermoeid van het vroege opstaan wist Bart noch ik daar iets tegenin te brengen, en dus stopten we in Kasoa waar twee jochies het beest achterin mijn auto laadden (en passant de eerste forse kras in de lak makend…).
|
|
"Als er binnen een grote kookpot staat ben ik weg!" |
|
Bij binnenkomst werden we opgewacht door een enorme massa mensen. Aan de rechterkant stond een podium met daarop een forse groep mannen gehuld in traditionele outfit. Middenin deze groep stond een soort van troon waarop een man een beetje verveeld voor zich uit zat te kijken. Dat zal 'm zijn dacht ik. Aan de linkerkant stonden meerdere rijen plastic stoelen, en de voorste rij was leeg. Al snel werd duidelijk dat wij daar moesten gaan zitten. Toen we dat eenmaal gedaan hadden begon het spektakel. Het getrommel zwol aan, en een van de mannen die naast de chief zat stond op. Staand met een grote staf in zijn hand begon hij in het Fante een toespraak te houden. Elke keer zei hij wat woorden, en alhoewel ik er natuurlijk geen bal van verstond nam ik aan dat alles in orde was, omdat de overige aanwezigen steeds een soort van instemmend geluid maakten. Toen hij een van de flessen schnapps pakte en openmaakte vroeg ik me voor de eerste keer in mijn leven om acht uur 's ochtends af wie de Bob zou zijn, maar al snel bleek dat er niet gedronken zou worden. In plaats van drinken begon hij er een soort ritueel mee uit te voeren, nog steeds in het Fante brabbelend en gesteund door de toeschouwers. Ik wist -en weet nog steeds niet- of het mocht, maar ik kon het niet laten en heb er een kort filmpje van gemaakt, zie hier. Nadat dit ritueel ten einde was, waren wij aan de beurt. Eerst Sam, toen Bart Van rechts naar links, want zo hoort het in Ghana, gingen we de meute hooggeplaatsten op het podium af. Subchiefs, zoons, dochters, neven en natuurlijk de grote man zelf, allen werden formeel begroet. Toen deze ronde eenmaal klaar was zwol het getrommel weer aan ten teken van het einde van de bijeenkomst. |
|
Al met al een bijzondere ervaring, en eindelijk het gevoel in Afrika te zijn na weken in de westerse luxe van het Cresta hotel. |