Home

Over onsNieuwsWerkLevenFoto'sLinksContactEnglish

 

Hail to the chief!

 
8 maart 2005
 
Na een (te) lange tijd in Delft ben je eindelijk toegetreden tot de intellectuele elite (ahum…) en toch kan het gebeuren dat je je op een goede morgen in West-Afrika bevindt, om een uur of zes, rijdend in een pickup over een hobbelweg met een levende ram in de laadbak van je auto. Wat is er precies gebeurd? Wel, het zit ongeveer zo:

Van oudsher is er in Afrikaanse landen zoals bekend sprake van een stammensysteem, kleine volkjes die elk hun eigen leider hebben, en ook al hebben wij Europeanen daar zoals goede kolonialen betaamt kak aan gehad en onze eigen grenzen gemaakt, het bestaat nog steeds. Dit zet zich door tot in de kleinste regionen en dorpen, en zo kan het gebeuren dat elk dorp zijn eigen chief heeft die het min of meer voor het zeggen heeft. Zo ook Agona Kwanyaku.

 

Ons nieuwe huisdier...Sam, onze lokale consultant (en een invloedrijk man in Ghana – maar dan ook echt, zo eentje met goede vrienden op hoge posities) vertelde ons dat we niet zomaar konden beginnen met bouwen in het dorp maar dat “we needed to pay tribute to the chief and his elders”. Gevraagd naar de reden hierachter werd ons een vaag verhaal over tradities en stammengeloof verteld, maar ik kon mijn eerste indruk, namelijk een ordinaire smeergeld-deal, niet uit mijn hoofd zetten. Ik verwachtte dan ook Siciliaanse toestanden, een ontmoeting met een man in een achterafkamertje waarin we elkaar totale medewerking beloven en waarbij er een envelop van eigenaar verwisselde; Sam had ons immers verteld dat we ook wat geld moesten meebrengen.

Niets van dat alles dus. ’s Ochtends in alle vroegte vertrokken we uit het kantoor, en werd ons gezegd dat we in Kasoa moesten stoppen om twee flessen pepermuntschnapps en een ram te kopen. Nog vermoeid van het vroege opstaan wist Bart noch ik daar iets tegenin te brengen, en dus stopten we in Kasoa waar twee jochies het beest achterin mijn auto laadden (en passant de eerste forse kras in de lak makend…).

...en weg is onze nieuwe vriend...Verder ging het, op weg naar Kwanyaku. Eenmaal aangekomen parkeerde ik de auto bij het Chief's Palace, en toen we de portieren openden hoorden we het soort getrommel waarvan je als onwetende westerling niet precies weet wat je er van moet denken. Na een korte blik van verstandhouding met Bart ("Als er binnen een grote kookpot staat ben ik weg") gingen we naar binnen.


 
"Als er binnen een grote kookpot staat ben ik weg!"
 

Bij binnenkomst werden we opgewacht door een enorme massa mensen. Aan de rechterkant stond een podium met daarop een forse groep mannen gehuld in traditionele outfit. Middenin deze groep stond een soort van troon waarop een man een beetje verveeld voor zich uit zat te kijken. Dat zal 'm zijn dacht ik. Aan de linkerkant stonden meerdere rijen plastic stoelen, en de voorste rij was leeg. Al snel werd duidelijk dat wij daar moesten gaan zitten. Toen we dat eenmaal gedaan hadden begon het spektakel. Het getrommel zwol aan, en een van de mannen die naast de chief zat stond op. Staand met een grote staf in zijn hand begon hij in het Fante een toespraak te houden. Elke keer zei hij wat woorden, en alhoewel ik er natuurlijk geen bal van verstond nam ik aan dat alles in orde was, omdat de overige aanwezigen steeds een soort van instemmend geluid maakten. Toen hij een van de flessen schnapps pakte en openmaakte vroeg ik me voor de eerste keer in mijn leven om acht uur 's ochtends af wie de Bob zou zijn, maar al snel bleek dat er niet gedronken zou worden. In plaats van drinken begon hij er een soort ritueel mee uit te voeren, nog steeds in het Fante brabbelend en gesteund door de toeschouwers. Ik wist -en weet nog steeds niet- of het mocht, maar ik kon het niet laten en heb er een kort filmpje van gemaakt, zie hier.

Nadat dit ritueel ten einde was, waren wij aan de beurt. Eerst Sam, toen Bart ...en veel plezier ermee!en daarna ik hielden allen een korte speech die er in grote lijnen op neerkwam dat we ons op de samenwerking met de lokale bevolking verheugden enzovoort. Daarna was het tijd voor het grote handen schudden, maar niet voordat de ram van eigenaar verwisseld was. Ik was hier een beetje huiverig voor; in principe heb ik er geen problemen mee om een dier gedood te zien worden, maar zo 's ochtends vroeg op nuchtere maag is het een stuk lastiger. Gelukkig werd het beestje in een hoek van de binnenplaats gestald en verder met rust gelaten.

Van rechts naar links, want zo hoort het in Ghana, gingen we de meute hooggeplaatsten op het podium af. Subchiefs, zoons, dochters, neven en natuurlijk de grote man zelf, allen werden formeel begroet. Toen deze ronde eenmaal klaar was zwol het getrommel weer aan ten teken van het einde van de bijeenkomst.

 
Al met al een bijzondere ervaring, en eindelijk het gevoel in Afrika te zijn na weken in de westerse luxe van het Cresta hotel.